De g-factor (algemene intelligentie): betekenis, Spearman en IQ
De g-factor, of algemene intelligentie, is wat scores op heel verschillende denktests met elkaar gemeen hebben. Wie goed is in woordenschat, doet het meestal ook goed op reeksen, figuren en geheugentaken. Charles Spearman zag dat in 1904 en noemde het gedeelde deel g. IQ-tests zijn gemaakt om dat deel te schatten; wat het veroorzaakt, is nog steeds een open vraag — en Amsterdamse onderzoekers leverden het bekendste alternatieve antwoord.
Wat de g-factor betekent
Laat een grote groep een tiental verschillende tests maken en de scores hangen samen: elke test gaat positief samen met elke andere. Dat heet het positive manifold; Kristóf Kovács en Andrew Conway noemen het het vaakst herhaalde resultaat van het intelligentieonderzoek. Factoranalyse vat dat netwerk van correlaties samen in één gemeenschappelijke dimensie: g.
Spearman vergeleek in 1904 de schoolcijfers van kinderen met eenvoudige zintuiglijke tests en concludeerde dat alle vormen van intellectuele activiteit één fundamentele functie delen, naast elementen die per taak verschillen. Die tweedeling — een algemene factor g plus een specifieke factor s per taak — heet zijn tweefactorentheorie.
De g-factor in moderne modellen
John Carroll heranalyseerde in 1993 meer dan 460 datasets en stelde een hiërarchisch model met drie lagen voor: smalle vaardigheden onderaan, brede in het midden — zoals fluïde en gekristalliseerde intelligentie en ruimtelijk inzicht — en een algemene factor bovenaan. Twee studies onder leiding van Wendy Johnson vergeleken de algemene factoren uit verschillende testbatterijen; de titels vatten de uitkomst samen: Just one g (2004) en Still just 1 g (2008).
Hoe sterk een subtest met g samenhangt, heet zijn g-lading. Een totaal-IQ middelt over veel taken, waardoor veel taakspecifieks wegvalt en vooral het gedeelde overblijft. Meer: hoe IQ-tests werken.
Kritiek: het Amsterdamse mutualismemodel
Dat scores samenhangen, betwist bijna niemand; de oorzaak wel. Han van der Maas, Conor Dolan, Raoul Grasman, Jelte Wicherts en collega's lieten in 2006 in Psychological Review zien dat het patroon ook ontstaat als losse cognitieve processen elkaar tijdens de ontwikkeling versterken. In hun model speelt één onderliggende g geen rol, en toch verklaart het de gelaagde structuur van scores, de toename van de erfelijkheid van g en het Flynn-effect. Kovács en Conway (2016) zien g als de overlap van uitvoerende processen die veel tests gemeen hebben.
Wat g voorspelt – en wat onderwijs verandert
Algemene cognitieve vaardigheid voorspelt werkprestaties, al verlaagde een herberekening door Paul Sackett en collega's (2022) de oudere schattingen met 0,10 tot 0,20. Onderwijs verhoogt IQ-scores met ongeveer 1 tot 5 punten per extra schooljaar (meta-analyse 2018, ruim 600.000 mensen), maar in een studie met 1.091 mensen, getest op 11 en op 70 jaar, liep die winst via specifieke vaardigheden en niet via g. Zie ook is intelligentie erfelijk?.
Over deze pagina
Deze pagina vat gepubliceerd onderzoek in algemene termen samen. Onze test meet redeneren, geeft geen aparte g-factorscore en is, zoals elke losse test, een schatting.
IQ Revealed is niet verbonden aan, niet goedgekeurd door en heeft geen relatie met de genoemde onderzoekers, universiteiten, uitgevers of tijdschriften. Hun namen worden alleen gebruikt om het beschreven werk aan te duiden.
Veelgestelde vragen over de g-factor
Wat is de g-factor?
Wie goed scoort op één soort denktest, scoort meestal ook goed op andere: woordenschat, reeksen, figuren, geheugen. De g-factor (g van 'general', algemeen) is de statistische samenvatting van wat al die tests gemeen hebben. Charles Spearman beschreef hem in 1904. Het is een patroon in scores, geen plek in de hersenen.
Is de g-factor hetzelfde als IQ?
Nee, maar ze hangen nauw samen. De g-factor wordt geschat uit de samenhang tussen veel tests; een IQ is een score op één testbatterij. Een totaal-IQ uit veel subtests is de gangbare praktische schatting van g; een korte test met één soort opgave schat hem minder nauwkeurig.
Wat is het mutualismemodel van intelligentie?
Een verklaring van Han van der Maas en collega's (Universiteit van Amsterdam, 2006): losse cognitieve vaardigheden versterken elkaar tijdens de ontwikkeling, en daardoor gaan testscores vanzelf samenhangen. In dat model is geen enkele algemene g nodig, terwijl het de bekende gelaagde structuur van intelligentiescores wel verklaart.
Wat onze test meet
Onze IQ-test meet redeneren; een aparte g-factorscore geeft hij niet. Meedoen is gratis; het volledige rapport met score en percentiel hoort bij het lidmaatschap.
Start de IQ-test